Argentinië

Susques, San Antonio de los Cobros

25 november – 28 november – Susques, Puna, San Antonio de los Cobros, Cafayate

Vrijdag 25 november rijden we ’s ochtends op tijd weg uit Yavi omdat we een lange dag willen maken. We willen eerst naar de Laguna de los Pozuelos, een meer van circa 16.000 hectare op een hoogte van 4200 meter. Hier kun je in de zomer tienduizenden flamingo’s vinden.

Van de eigenaresse van het hostel in Yavi, die we een lift naar La Quiaca geven, horen we echter dat de laguna nog steeds zo goed als droog is, na een droge zomer en een droog begin van de lente. Het is er dus niet zo mooi en er zijn relatief weinig flamingo’s en andere vogels.

Aangezien de weg er naar toe vrij slecht en niet zo mooi is, besluiten we ons plan te wijzigen en direct richting Susques te rijden. We rijden via Abra Pampa en vervolgens over de gravelweg van route 40 richting de Salinas Grandes, een groot zoutmeer ten westen van Purmamarca. Deze route werd ons afgeraden door een autoverhuur bedrijf, omdat de weg erg slecht zou zijn en er nauwelijks borden zouden zijn die de richting aangeven. Het blijkt echter een vrij goede maar ontzettend rustige weg. In de 1,5 uur die we over de 110 kilometer doen, komen we geen enkele auto tegen, wel veel kuddes lama’s en vicuña’s. Vervolgens rijden we over het zoutmeer naar Susques. Dit blijkt een heel klein plaatsje te zijn, dat vooral door vrachtwagens en bussen van/naar Chili wordt aangedaan. Verder is er nauwelijks iets te doen. We besluiten er toch te blijven, want de eerst volgende plek om te overnachten is nog gauw drie tot vier uur rijden en we waren behoorlijk moe. We gaan maar een rondje wandelen in de vrij aardige, ruige en rotsachtige omgeving, waar we verder helemaal niemand tegenkomen.

La Quiaca
Vicuna's
Salinas Grandes

Zaterdagochtend worden we al vroeg gewekt door de bouwvakkers die bezig zijn het hostel in Susques uit te breiden. Omdat de omgeving ons wel aanspreekt, hebben we besloten om gloednieuwe asfalt weg van route 52 naar Paso de Jama (de grens met Chili) verder te volgen, bij de grens een stuk terug te keren over dezelfde weg en dan naar San Antonio de los Cobros te rijden over route 70. De omgeving blijkt inderdaad weer prachtig: een desolaat landschap met zout-meren, droge bergen, kuddes lama’s en vicuña’s en witte Andespieken. Route 70 naar San Antonio blijkt vrij slecht dus we bedenken een alternatief plan om via Chili een stuk naar het zuiden af te zakken. Nadat we alle grensformaliteiten hebben afgehandeld willen de douaniers nog de autopapieren zien en dan blijkt dat we met deze huurauto niet naar Chili mogen daar Chili niet tot de Mercosur (een soort EU in Zuid Amerika) behoort. We moeten dus wel terug en hebben nu de keuze tussen route 70 of de 3 keer zo lange route via de Salinas Grandes die we dus de dag ervoor ook al grotendeels hebben gereden en waarvan het vervolg wellicht ook niet zo heel goed is. We besluiten de kortste route te nemen, die echt behoorlijk slecht is, maar nog net niet slecht genoeg om ons over te halen terug te keren naar de lange route, althans wat Arno betreft dan. Als we eindelijk de route 51 naar San Antonio bereiken, blijkt deze oude Argentinie-Chili route nauwelijks meer te worden gebruikt sinds er een nieuwe weg is. Ook deze weg is behoorlijk slecht en we komen helemaal niemand tegen. Het is wel een mooie route door prachtig berglandschap met hoge passen en leuke zoutriviertjes. Vlak voor San Antonio de Los Cobros krijgen we een afslag voor een nog beroerdere weg naar La Polvorilla. Dit is een gigantische stalen spoorbrug die onderdeel is van de spoorlijn tussen Salta en Antofagasta in Chili. De brug is 60 meter hoog en 220 meter lang en is grofweg tussen 1925 en 1950 gebouwd op een hoogte van 4200 meter over de Rio de San Antonio de los Cobros. Voor die tijd en die hoogte een bijzondere prestatie.

Susques
Pas op voor lama's, onderweg naar Chili
La Polvorilla

San Antonio de los Cobros zelf is een klein stoffig mijnstadje met vooral Quechua inwoners en lemenhuisjes. Er is verder niet zo veel te doen. Opvallend was het kleine kerkje met speakers op de gevel die de teksten van de zaterdagavond – en zondagochtendmissen over het hele plaatsje heen schalden. Heel bijzonder in zo’n Indianenstadje.

Zondagochtend rijden we van San Antonio naar Salta, een route die ongeveer gelijk is aan die van de Tren a las Nubes. Voor de zoveelste keer een prachtige route. Ditmaal o.a. door de Quebrada del Toro. Wederom een prachtige kloof/vallei met schitterend gevormde bergen en nog steeds hebben we er geen genoeg van. De tocht gaat door de goede weg wel aanzienlijk sneller dan verwacht en we besluiten om niet weer naar de stad Salta te gaan, maar meteen door te rijden naar Cafayate, een plaats waar we al eerder geweest zijn, maar nu via een andere route.

Quebrada de Cafayate

Voorbij Alemania, ongeveer 100 km ten zuiden van Salta, verandert het landschap drastisch en we duiken weer eens een Quebrada in. Een ogenblik hadden we gedacht dat we misschien wel eens genoeg spectaculaire landschappen hadden gezien, maar na bijna 2 weken toeren blijkt dat absoluut niet het geval. De Quebrada de Cafayate is zelfs zo spectaculair dat we besluiten een nacht extra in Cafayate te blijven, zodat we de volgende dag nog eens terug kunnen rijden, om sommige stukken nog eens te zien en op een aantal plaatsen te gaan wandelen door het prachtige landschap. Wat ons betreft is de omgeving van Cafayate een absolute topper. Het kleine gezellige plaatsje zelf is leuk voor een nachtje of 2, maar de omgeving is prachtig. Je kunt Cafayate vanuit drie richtingen benaderen die alle door buitengewoon mooi landschap voeren. En zoals reeds eerder verteld, is de vallei van Cafayate uitstekend geschikt voor wijngaarden, dus volop mogelijkheden om bodega’s te bezoeken, wijn te proeven en een paar goede flesjes aan te schaffen.

Quebrada de Cafayate

De laatste bestemming tijdens onze autotocht door Tucuman, Salta en Jujuy wordt Belen, ten zuid-westen van Tucuman. Daarna gaan we de auto in Tucuman inleveren en door naar Cordoba en dan langzaam aan weer eens terug naar Buenos Aires. Zo’n grote en drukke stad zal wel weer even wennen worden.

Laat een antwoord achter